Rechtspraktijk Lamers - tips
Stilzwijgende verlenging van abonnementen aan banden gelegd (2-11-2010)
Op 5 oktober 2010 heeft de Eerste Kamer een nieuw wetsvoorstel aangenomen. Het voorstel ziet hoofdzakelijk op de stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten.
Op 5 oktober 2010 heeft de Eerste Kamer een nieuw wetsvoorstel aangenomen. Het voorstel ziet hoofdzakelijk op de stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten.
Tweede Kamerlid Van Dam van de PvdA heeft in 2005 een initiatiefvoorstel gedaan met betrekking tot de stilzwijgende verlenging van overeenkomsten. Met dit wetsvoorstel willen de indieners een einde maken aan de voortdurende en maatschappelijk zeer ongewenste situatie dat abonnementen en lidmaatschappen verlengd worden, terwijl consumenten geen behoefte meer hebben aan deze producten en diensten. Bij stilzwijgende verlenging ontvangt de consument vaak alleen achteraf een factuur of bankafschrijving, wanneer het te laat is om een abonnement of lidmaatschap op te zeggen, en zit er dan weer een jaar aan vast. Veel mensen ervaren dit als bijzonder hinderlijk. Op deze manier hebben miljoenen mensen abonnementen op tijdschriften, ADSL, sportscholen, kranten, en de bijna spreekwoordelijke boekenclubs, terwijl zij deze abonnementen helemaal niet meer willen hebben.
Het wetsvoorstel ziet met name op het stilzwijgend verlengen van abonnementen op tijdschriften (dag-, nieuws- en weekbladen). Maar ook abonnementen van sportscholen, de alarminstallatiedienst, autopechhulp, etc. vallen eronder. De nieuwe wetgeving is uitdrukkelijk niet van toepassing verklaard op verzekeringen.
De wijzigingen die het wetsvoorstel in de huidige wetgeving zal doorvoeren zien op (1) het stilzwijgende verlengen, (2) de opzegtermijn en (3) de wijze van opzegging van een abonnement/overeenkomst.
Stilzwijgend verlengen
Wat betreft stilzwijgende verlenging van lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten gaan bij de inwerkingtreding van dit voorstel strengere eisen gelden. Na verloop van de contractsperiode wordt het contract momenteel veelal verlengd voor dezelfde periode als dat de oorspronkelijke overeenkomst liep. Onder de nieuwe wetgeving loopt het contract weliswaar gewoon door, maar is het mogelijk de overeenkomst eerder op te zeggen. Men komt dus eerder van de overeenkomst af.
Wat betreft stilzwijgende verlenging van lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten gaan bij de inwerkingtreding van dit voorstel strengere eisen gelden. Na verloop van de contractsperiode wordt het contract momenteel veelal verlengd voor dezelfde periode als dat de oorspronkelijke overeenkomst liep. Onder de nieuwe wetgeving loopt het contract weliswaar gewoon door, maar is het mogelijk de overeenkomst eerder op te zeggen. Men komt dus eerder van de overeenkomst af.
Opzegtermijn
De opzegtermijn is hoogstens één maand, of drie maanden indien de geregelde aflevering van bijvoorbeeld een tijdschrift minder dan eenmaal per maand plaatsvindt.
De opzegtermijn is hoogstens één maand, of drie maanden indien de geregelde aflevering van bijvoorbeeld een tijdschrift minder dan eenmaal per maand plaatsvindt.
Wijze van opzegging
Momenteel is het zo dat abonnementen vaak zeer eenvoudig zijn af te sluiten, maar moeilijk zijn op te zeggen. Onder de nieuwe wetgeving is een bepaling opgenomen, die er in voorziet dat de aanbieder niet mag eisen dat op een andere manier opgezegd moet worden, dan de wijze waarop een overeenkomst tot stand in gekomen. Het is dus bijvoorbeeld niet meer mogelijk een abonnement per telefoon af te sluiten en de afnemer te verplichten schriftelijk en aangetekend op te zeggen. Telefonisch opzeggen moet in dat geval ook mogelijk zijn.
ELECTRONISCHE LOONSTROOK (1 OKTOBER 2010)
Werkgever mag sinds 1 juli 2010 een elektronische salarisstrook verstrekken zij het onder voorwaarden
(30 augustus 2010)
Momenteel is het zo dat abonnementen vaak zeer eenvoudig zijn af te sluiten, maar moeilijk zijn op te zeggen. Onder de nieuwe wetgeving is een bepaling opgenomen, die er in voorziet dat de aanbieder niet mag eisen dat op een andere manier opgezegd moet worden, dan de wijze waarop een overeenkomst tot stand in gekomen. Het is dus bijvoorbeeld niet meer mogelijk een abonnement per telefoon af te sluiten en de afnemer te verplichten schriftelijk en aangetekend op te zeggen. Telefonisch opzeggen moet in dat geval ook mogelijk zijn.
ELECTRONISCHE LOONSTROOK (1 OKTOBER 2010)
Werkgever mag sinds 1 juli 2010 een elektronische salarisstrook verstrekken zij het onder voorwaarden
(30 augustus 2010)
Met ingang van 1 juli 2010 is aan artikel 7:626 BW waarin is geregeld dat de werkgever een schriftelijke specificatie van het uitbetaalde loon (het loonstrookje) dient te verstrekken, toegevoegd dat deze verstrekking ook middels een elektronische opgave kan plaatsvinden.
De achtergrond
De achtergrond van deze introductie van elektronische middelen bij het doen van loonopgaven is een kostenbesparing: het scheelt de werkgever niet alleen in de portokosten maar ook in tijd en dus geld.
De achtergrond van deze introductie van elektronische middelen bij het doen van loonopgaven is een kostenbesparing: het scheelt de werkgever niet alleen in de portokosten maar ook in tijd en dus geld.
Twee voorwaarden
Aan de gebruikmaking van elektronische verzending zijn twee voorwaarden verbonden. Op de eerste plaats is de uitdrukkelijke instemming van de werknemer nodig. In dergelijke instemming kan in één keer eenmalig gegeven worden bij de indiensttreding van de werknemer. Dat kan bijvoorbeeld door in de arbeidsovereenkomst daarover een bepaling op te nemen.
Voor de werknemers die al in dienst zijn, zal alsnog om instemming moeten worden verzocht. De instemming zal uitdrukkelijk moeten plaatsvinden zodat aangenomen mag worden dat de mededeling bij invoering van de digitale loonstrook aan de werknemer dat bij het uitblijven van bezwaar zijnerzijds van een akkoord wordt uitgegaan, niet voldoende is.
Tevens is vereist dat de elektronische opgave op een zodanige wijze wordt verstrekt dat deze door de werknemer kan worden opgeslagen en toegankelijk is ten behoeve van latere kennisneming.
Het is dus van belang dat de opgave werkelijk ter beschikking komt van degene aan wie de opgave moet worden verstrekt. Om daadwerkelijk over de elektronische opgave te kunnen beschikken dient de opgave op de mailserver van de provider van de geadresseerde terecht te komen. Een bericht heeft de geadresseerde bereikt, zodra het op de mailserver van de provider van de geadresseerde in de aldaar voor hem aangehouden persoonlijke mailbox is ontvangen. Het plaatsen van de opgave op een (persoonlijke) internetpagina is onvoldoende om te voldoen aan de verplichting van de werkgever om de opgave te verstrekken
Maatschap verdwijnt
(2 augustus 2009)
Naar verwachting zal per 1 januari aanstaande de maatschap als samenwerkingsvorm niet meer bestaan in de vorm zoals we die nu kennen. Werkt u nog samen in een maatschap? dat is dit het moment om u te laten adviseren met betrekking tot de toekomst.
Tip voor ondernemers die gebruik willen maken ven de diensten van 'freelancers' of 'zzp-ers'
(9 augustus 2008)
Steeds vaker denken ondernemers de gevolgen van een arbeidsovereenkomst te kunnen ontwijken door zaken te doen met 'freelancers' of 'zzp-ers'. Dit is echter een zeer riskante zaak. Om te beginnen bestaan de beide begrippen 'freelance' of 'zzp-er' in Nederland formeel niet. Het begrip freelance betekent eigenlijk niet veel meer dan "niet in vaste dienstbetrekking werkzaam". Men is er dus op bedacht dat de z.g. freelancer vanuit fiscaal- of vanuit civiel perspectief wel degelijk in dienstbetrekking kan zijn, de omvang en de duur van de betrekking zijn in dat soort gevallen geen maatstaf !
Het begrip zzp-er (zelfstandige zonder personeel) is ooit geïntroduceerd door de Kamer van Koophandel. Men is zich er van bewust dat dit begrip geen enkele juridische betekenis heeft en dan niemand er dus enige status aan kan ontlenen. Of een "ondernemer" ook werkelijk zelfstandig is ten opzichte van zijn of haar opdrachtgever is een vraag waarop het antwoord niet eenvoudig is te geven.
Ondernemers doen er dus verstandig aan zich niet te laten leiden door zoiets als een inschrijving bij de Kamer van Koophandel want een dergelijke inschrijving zegt helemaal niets over het fiscale en civiele ondernemerschap van de ingeschrevene.
mr. A.H. Lamers is bij uitstek deskundig om in dit soort zaken antwoorden op maat te verschaffen.
Aan de gebruikmaking van elektronische verzending zijn twee voorwaarden verbonden. Op de eerste plaats is de uitdrukkelijke instemming van de werknemer nodig. In dergelijke instemming kan in één keer eenmalig gegeven worden bij de indiensttreding van de werknemer. Dat kan bijvoorbeeld door in de arbeidsovereenkomst daarover een bepaling op te nemen.
Voor de werknemers die al in dienst zijn, zal alsnog om instemming moeten worden verzocht. De instemming zal uitdrukkelijk moeten plaatsvinden zodat aangenomen mag worden dat de mededeling bij invoering van de digitale loonstrook aan de werknemer dat bij het uitblijven van bezwaar zijnerzijds van een akkoord wordt uitgegaan, niet voldoende is.
Tevens is vereist dat de elektronische opgave op een zodanige wijze wordt verstrekt dat deze door de werknemer kan worden opgeslagen en toegankelijk is ten behoeve van latere kennisneming.
Het is dus van belang dat de opgave werkelijk ter beschikking komt van degene aan wie de opgave moet worden verstrekt. Om daadwerkelijk over de elektronische opgave te kunnen beschikken dient de opgave op de mailserver van de provider van de geadresseerde terecht te komen. Een bericht heeft de geadresseerde bereikt, zodra het op de mailserver van de provider van de geadresseerde in de aldaar voor hem aangehouden persoonlijke mailbox is ontvangen. Het plaatsen van de opgave op een (persoonlijke) internetpagina is onvoldoende om te voldoen aan de verplichting van de werkgever om de opgave te verstrekken
Maatschap verdwijnt
(2 augustus 2009)
Naar verwachting zal per 1 januari aanstaande de maatschap als samenwerkingsvorm niet meer bestaan in de vorm zoals we die nu kennen. Werkt u nog samen in een maatschap? dat is dit het moment om u te laten adviseren met betrekking tot de toekomst.
Tip voor ondernemers die gebruik willen maken ven de diensten van 'freelancers' of 'zzp-ers'
(9 augustus 2008)
Steeds vaker denken ondernemers de gevolgen van een arbeidsovereenkomst te kunnen ontwijken door zaken te doen met 'freelancers' of 'zzp-ers'. Dit is echter een zeer riskante zaak. Om te beginnen bestaan de beide begrippen 'freelance' of 'zzp-er' in Nederland formeel niet. Het begrip freelance betekent eigenlijk niet veel meer dan "niet in vaste dienstbetrekking werkzaam". Men is er dus op bedacht dat de z.g. freelancer vanuit fiscaal- of vanuit civiel perspectief wel degelijk in dienstbetrekking kan zijn, de omvang en de duur van de betrekking zijn in dat soort gevallen geen maatstaf !
Het begrip zzp-er (zelfstandige zonder personeel) is ooit geïntroduceerd door de Kamer van Koophandel. Men is zich er van bewust dat dit begrip geen enkele juridische betekenis heeft en dan niemand er dus enige status aan kan ontlenen. Of een "ondernemer" ook werkelijk zelfstandig is ten opzichte van zijn of haar opdrachtgever is een vraag waarop het antwoord niet eenvoudig is te geven.
Ondernemers doen er dus verstandig aan zich niet te laten leiden door zoiets als een inschrijving bij de Kamer van Koophandel want een dergelijke inschrijving zegt helemaal niets over het fiscale en civiele ondernemerschap van de ingeschrevene.
mr. A.H. Lamers is bij uitstek deskundig om in dit soort zaken antwoorden op maat te verschaffen.
Tip voor particulieren de onenigheid hebben met een winkelier over de garantie m.b.t. een gekocht artikel.
(27 juli 2008)
Wees u er van bewust dat U als particuliere koper, ook wel "consument" genaamd alleen iets te maken heeft met de verkoper, dus met de winkel waar u het artikel heeft gekocht. Consumenten zijn snel geneigd om te denken dat hun rechten zijn beperkt tot hetgeen in een garantiebewijs vermeld staat of laten zich afschepen door winkeliers of hun personeel. Laat u zich daardoor niet van de wijs brengen, de consument heeft altijd recht op de zogenaamde "wettelijke garantie". Is een gekocht artikel niet goed dan hoeft u geen genoegen te nemen met tegoedbonnen en u hoeft zich al helemaal niet te laten afschepen met verwijzingen naar de importeur of fabrikant en dergelijke. Wees u er van bewust dat alleen de verkopende partij (winkelier e.d.) een verplichting jegens u heeft. Een fabrieksgarantie kunt u beschouwen als een extra voor het geval het spoor bij de verkopende partij dood loop wegens bijvoorbeeld een faillissement.
Het is in dergelijke situaties wel van belang dat u tijdig en duidelijk communiceert met de verkopende partij. U doet dat bij voorkeur per brief en niet per telefoon.
Ook in dit soort situaties is het raadzaam vooraf juridische hulp in te roepen, de wettelijke regeling van consumentenkoop is ingewikkeld.
Tip voor hen die overwegen een nieuwe VOF aan te gaan.
(26 juli 2008)
Als u overweegt een nieuwe VOF (Vennootschap onder Firma) met één of meerdere personen aan te gaan dan is het verstandig om deze VOF direct bij notariële tussenkomst aan te gaan. Hiermee anticipeert u op het nieuwe rechtspersonenrecht dat waarschijnlijk per 1 januari 2009 van kracht wordt. Een VOF welke bij authentieke akte wordt opgericht gaat alsdan namelijk van rechtwege over in een OVR (Openbare Vennootschap met Rechtsperoonlijkheid). Een VOF welke bij onderhandse akte (niet door tussenkomst van een Notaris) is opgericht gaat onder het nieuwe rechtspersonenrecht over in een OV (Openbare Vennootschap). Deze laatst variant heeft vanuit het oogpunt van aansprakelijkheid enkele forse nadelen ten opzichte van de nieuwe OVR.
Laat u bij het nemen van de beslissing tot het oprichten van een vennootschap altijd voorlichten door een terzake kundige jurist want welllicht is een VOF of één van haar rechtsopvolgers wel helemaal geen goede keuze. Niet alleen fiscale overwegingen zouden de rechtsvormkeuze moeten beïnvloeden.
(01-01-09) De wetgever is nog niet zo ver om het nieuwe stelsel in te voeren, wij houden u via deze website op de hoogte.
Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) heeft maar een zeer beperkte werking
(1-12-09)
De verklaring arbeidsrelatie (VAR) van de belastingdienst heeft hoogstens fiscale werking. Dat wil zeggen dat een VAR met de status WUO (Winst uit Onderneming) hoogstens de inhoudingspicht en de premieplicht van de werkgever doorbreekt. De VAR heeft nooit civiele werking. Dat wil zeggen dat het goed mogelijk is dat een VAR houder waarmee u zaken doet wel degelijk bij u indienstbetrekking is als het gaat om de civiele kant van de zaak. Wilt u meer weten naam dan contact op met mr. A.H. Lamers.